U bevindt zich hier : EHBO-info > zoeken op thema > verbandleer > zwachtels

Zwachtels

Dit is een bandvormig materiaal op rol. Hiervan zijn voor EHBO-doeleinden de elastische zwachtels te verkiezen (kripwindels (met rood biesje) of dunnere elastische windeltjes).

 

Wanneer gebruiken?

Een zwachtelverband kan dienst doen als (definitief) afdekkingsverband. Bij een voorlopige afdekking verkiezen we namelijk veelal een driehoeksverband. Indien we het verband licht drukkend aanleggen, combineren we de afdekking met druk. Daarnaast wordt een zwachtel vaak gebruikt als steunverband (bv. de enkel, de pols, de vingers...), veelal in combinatie met een aangebrachte zalf.

De keuze van de juiste verbandbreedte is belangrijk voor het aanleggen en goed passen van een geslaagd verband. Voor uitgebreide lichaamsoppervlakken gebruiken we brede verbanden (10 cm), terwijl je voor kleine oppervlakken een smal verband gebruikt (5-7 cm).

 

Verbandtechniek

 

 

 

 

Methodes

Kruisverband van een arm of been

Doel

Bedekkend en drukkend. Dit verband kan gebruikt worden aan bovenarm, voorarm, bovenbeen en onderbeen.

 

Breedte verband

Afhankelijk van de grootte van de te bedekken oppervlakte: 5, 7 of 10 cm.

 

Techniek

Aan de voorzijde vertoont het verband een graatvorm, aan de achterzijde verlopen de windingen evenwijdig:

voorzijde achterzijde

 

Scharnierverband van de elleboog of knie

doel

Afdekken van de elleboog of de knie.

Dit hoort een verband te zijn dat de bewegingen van het gewricht kan volgen. Bij elk van de twee bovengenoemde gewrichten hebben we een buitenzijde met een referentiepunt (resp. de "knobbel" van de elleboog en de knieschijf) en een binnenzijde (de elleboogplooi, de knieplooi). Dit verband moet op de buitenzijde uit elkaar lopen, terwijl de binnenzijde even breed moet blijven.

 

breedte verband

Elleboog: 7 cm
Knie: 10 cm

 

Techniek

elleboog knie
  • Zorg dat het gewricht licht gebogen is.

  • Bedek een eventuele wonde met een kompres.

  • Leg vast op het gewricht. We zorgen dat de elleboogknobbel of de knieschijf precies in het midden van de breedte van het verband zit.

  • Het eigenlijke verband vertrekt vanaf de gewrichtsplooi.

  • Leg een eerste winding aan, onder de elleboogknobbel of knieschijf en overlap terug in de gewrichtsplooi. Ter hoogte van de elleboogknobbel of knieschijf wordt de verbandbreedte voor 1/3 overlapt.

  • Leg een volgende winding aan, boven de elleboogknobbel of knieschijf en overlap terug in de gewrichtsplooi. Ter hoogte van de elleboogknobbel of knieschijf wordt de verbandbreedte voor 1/3 overlapt.

  • Herhaal beide windingen, waarbij het verband aan de buitenzijde 1/3 naar onder en naar boven en naar onder wordt gelegd.

  • Leg vast boven het gewricht met 2 circulaire slagen.

  • Ter hoogte van de gewrichtsplooi overlappen de windingen elkaar (behalve het laatste vastleggen).

 

Kruisverband van de hand

Doel

Bedekkend (vnl. de handrug, voor het afdekken van de handpalm kunnen we het verband i.p.v. te kruisen op de handrug, kruisen in de handpalm), steunend en drukkend.

 

Breedte verband

7 cm

 

Techniek

  • Bedek een eventuele wonde met een kompres.

  • Leg het verband vast ter hoogte van de pols.

  • Rol over de handrug, één volledige omslag ter hoogte van de vier vingers (duim vrijlaten).

  • Rol terug over de handrug, richting van de pols.

  • Verschuif ter hoogte van de pols één derde, in de richting van het hart.

 

  • Herhaal de windingen over de handrug één maal (een extra winding ter hoogte van de basis van de vier vingers is niet meer noodzakelijk), evenwijdig met de eerste maar 1/3 verschoven in de richting van het hart.

  • Leg vast ter hoogte van de pols met 2 circulaire slagen.

  • Ter hoogte van de handrug zie je een patroon van kruisende lijnen, ter hoogte van de handpalm lopen de windingen parallel.

 

Kruisverband van de voet

Doel

Afdekken van voornamelijk de voetrug.

 

Breedte verband

Voor een grote voet: 10 cm

Voor een kleinere voet: 7 cm

 

Techniek

  • Zorg voor een comfortabele houding voor hulpverlener en slachtoffer, zodat de voet geen steunpunten heeft.

  • Dek een eventuele wonde af met een kompres.
  • Leg vast ter hoogte van de enkel.
  • Rol over de voetrug, naar de voorvoet.
  • Leg het verband ter hoogte van de voorvoet vast met één volledige omslag.

  • Keer over de voetrug terug naar de enkels.

  • Schuif ter hoogte van de enkels 1/3 van de verbandbreedte op in de richting van het hart.

  • De windingen over de voetrug één maal herhalen (een extra winding ter hoogte van de voorvoet is niet meer noodzakelijk) evenwijdig met de eerste maar 1/3 verschoven in de richting van het hart.

  • Vastleggen ter hoogte van de enkels met 2 circulaire slagen.
  • Op de voetrug zie je een patroon van kruisende lijnen.

 

Kruisverband van de vinger of duim

Doel

Afdekken van een vinger of de duim.
Steun geven aan een vinger of duim.

 

Breedte verband

5 cm

 

Techniek

vinger duim
  • Dek een eventuele wonde af met een kompres.

  • Leg vast ter hoogte van de pols.

  • Rol over de handrug tot op de vinger of duim.

  • Leg één volledige slag rondom deze vinger of duim.

  • Keer over de handrug terug naar de pols.

  • Schuif ter hoogte van de pols 1/3 van de verbandbreedte op (richting van het hart).

  • De windingen één maal herhalen, evenwijdig met de eerste winding, maar 1/3 opgeschoven in de richting van het hart.

  • Leg vast ter hoogte van de pols met twee circulaire slagen.

  • Op de handrug zie je een patroon van kruisende lijnen.

  • De handpalm blijft vrij.

 

Scharnierverband voet

Doel

Afdekken van de hiel.

Dit hoort een verband te zijn dat de bewegingen van het gewricht kan volgen. Bij de voet vormt het hielbeen het referentiepunt van de buitenzijde en de bovenzijde van de voet de binnenzijde. Dit verband moet op de buitenzijde uit elkaar lopen, terwijl de binnenzijde even breed moet blijven.

 

Breedte verband

Grote voet: 10 cm
Kleinere voet: 7 cm

 

Techniek

  • Zorg dat het gewricht licht gebogen is.

  • Bedek een eventuele wonde met een kompres.

 

  • Leg vast op het gewricht.We zorgen dat de hiel, precies in het midden van de breedte van het verband zit.

  • Het eigenlijke verband vertrekt vanaf de gewrichtsplooi.

 

  • Leg een eerste winding aan, onder de hiel en overlap terug in de gewrichtsplooi.Ter hoogte van de hiel wordt de verbandbreedte voor 1/3 overlapt.

 

  • Leg een volgende winding aan, boven de hiel, en overlap in de gewrichtsplooi.Ter hoogte van de hiel wordt de verbandbreedte voor 1/3 overlapt.

 

  • Herhaal beide windingen, waarbij het verband aan de buitenzijde 1/3 verder naar onder en boven wordt gelegd.

 

  • Leg vast met 2 circulaire slagen ter hoogte van de enkels.

 

Steunverband voet

Doel

Steun aan de buitenenkel na verstuiking.

 

Breedte verband

Grote voet: 10 cm
Kleinere voet: 7 cm

 

Techniek

  • Leg het verband met een circulaire slag vast ter hoogte van de enkels (leg het begin van het verband op de buitenenkel en rol langs de voorzijde van het onderbeen over de binnenenkel). Het omslaan van een hoekje mag weggelaten worden omdat dit druk kan veroorzaken op de voet bij een aangespannen verband in de schoen.

 

  • Vertrekkend vanaf de achterzijde van de voet (waar de achillespees zich bevindt) gaan we nu langs de buitenenkel ONDER de voet door (dus niet over de voetrug).

 

  • Ter hoogte van de binnenzijde van de voet keren we over de voetrug terug naar de achter-zijde van de voet. Op deze winding moet voldoende tractie uitgeoefend worden.

 

  • Vertrekkend vanaf de achterzijde van de voet (waar de achillespees zich bevindt) gaan we nu langs de binnenenkel ONDER de voet door (dus niet over de voetrug).

 

  • Ter hoogte van de buitenzijde van de voet keren we over de voetrug terug naar de achter-zijde van de voet. Op deze winding moet voldoende tractie uitgeoefend worden.

 

  • Indien nodig kunnen we de twee voorgaande windingen herhalen voor meer steun.

 

  • Leg vast ter hoogte van de enkels met 2 circulaire slagen.

 

© Het Vlaamse Kruis vzw